Islaam.nl

Islaam.nl Forum

  FAQ FAQ  Doorzoek dit Forum   Kalender   Registreren Registreren  Inloggen Inloggen

Onthoofdingen in de Bijbel!

 Post Reply Post Reply
Schrijver
batle_For_peace Bekijk dropdown
Senior Member
Senior Member


Lid geworden: 02 maart 2004
Online status: Offline
Berichten: 860
Plaatsingsopties Plaatsingsopties   Quote batle_For_peace Quote  Post ReplyReageer Directe link naar dit bericht Onderwerp: Onthoofdingen in de Bijbel!
    Geplaatst op: 17 juni 2005 om 06:04

Asalaam Alaikom,

2 SamuŽl 4:10.
Dewijl ik hem, die mij boodschapte, zeggende, Zie, Saul is dood, daar hij in zijn ogen was als een, die goede boodschap bracht, nochtans gegrepen en te Ziklag gedood heb, hoewel hij meende, dat ik hem bodenloon zou geven,
11. Hoeveel te meer, wanneer goddeloze mannen een rechtvaardigen man in zijn huis op zijn slaapstede hebben gedood? Nu dan, zou ik zijn bloed van uw handen niet eisen, en u van de aarde wegdoen?
12. En David gebood zijn jongens, en zij onthoofdden hen, en sneden hun handen en hun voeten af, en hingen ze op bij den vijver te Hebron, maar het hoofd van Isboseth namen zij, en begroeven het in Abners graf te Hebron.
2 SamuŽl 4:6. En zij kwamen daarin tot het midden des huizes, zullende tarwe halen en zij sloegen hem aan de vijfde rib; en Rechab en zijn broeder Baena ontkwamen.
7. Want zij kwamen in huis, als hij op zijn bed lag, in zijn slaapkamer, en slachten hem, en doodden hem, en sneden zijn hoofd af en zij namen zijn hoofd, en gingen henen, den weg op het vlakke veld, den gansen nacht.

1 SamuŽl 17:51.
Daarom liep David, en stond op den Filistijn, en nam zijn zwaard, en hij trok het uit zijn schede, en hij slachte hem, en hij sneed hem het hoofd daarmede af. Toen de Filistijnen zagen, dat hun geweldigste dood was, zo vluchtten zij.
52. Toen maakten zich de mannen van Israel en van Juda op, en juichten, en vervolgden de Filistijnen, tot daar men komt aan de vallei, en tot aan de poorten vanEkron, en de verwonden der Filistijnen vielen op den weg van Saaraim, en tot aan Gath, en tot aan Ekron.
53. Daarna keerden de kinderen Israels om, van het hittig najagen der Filistijnen, en zij beroofden hun legers.
54. Daarna nam David het hoofd van den Filistijn, en bracht het naar Jeruzalem, maar zijn wapenen legde hij in zijn tent.
55. Toen Saul David zag uitgaan den Filistijn tegemoet, zeide hij tot Abner, den krijgsoverste: Wiens zoon is deze jongeling, Abner? En Abner zeide: Zowaarachtig als uw ziel leeft, o koning! ik weet het niet.
56. De koning nu zeide: Vraag gij het, wiens zoon deze jongeling is.
57. Als David wederkeerde van het slaan des Filistijns, zo nam hem Abner, en hij bracht hem voor het aangezicht van Saul, en het hoofd van den Filistijn was in zijnhand.
1 Koningen 18:40. En Elia zeide tot hen: Grijpt de profeten van Baal, dat niemand van hen ontkome. En zij grepen ze; en Elia voerde hen af naar de beek Kison, en onthoofdde hen aldaar.
2 Koningen 10:7. Het geschiedde dan, als die brief tot hen kwam, dat zij de zonen des konings namen, en zeventig mannen onthoofden en zij legden hun hoofden in korven, die zij tot hem zonden naar Jizreel.
8. En er kwam een bode, en boodschapte hem, zeggende: Zij hebben de hoofden van de zonen des konings gebracht. En hij zeide: Legt ze in twee hopen, aan de deurder poort, tot morgen.
Richteren 8:5. En hij kwam in zijns vaders huis te Ofra, en onthoofdden zijn broederen, de zonen van Jerubbaal, zeventig mannen, op een steen; doch Jotham, de jongste zoon van Jerubbaal werd overgelaten, want hij had zich verstoken.

Jozua 10:24.
En het geschiedde, als zij die koningen uitgebracht hadden tot Jozua, zo riep Jozua al de mannen van Israel, en hij zeide tot de oversten des krijgsvolks, die met hemgetogen waren: Treedt toe, zet uw voeten op de halzen dezer koningen. En zij traden toe, en zetten hun voeten op hun halzen.
25. Toen zeide Jozua tot hen: Vreest niet en ontzet u niet, zijt sterk en hebt goeden moed; want alzo zal de HEERE aan al uw vijanden doen, tegen dewelke gijliedenstrijdt.
26. En Jozua onthoofdde hen daarna, en doodde ze, en hing ze aan vijf houten; en zij hingen aan de houten tot den avond.
MatthŽus 14:10. En zond heen, en onthoofdde Johannes in den kerker.
Markus 6:27. En de koning zond terstond een scherprechter, en gebood zijn hoofd te brengen. Deze nu ging heen, en onthoofdde hem in de gevangenis; En bracht zijn hoofd in een schotel, en gaf hetzelve het dochtertje, en het dochtertje gaf hetzelve harer moeder.
2 SamuŽl 20:21. De zaak is niet alzo, maar een man van het gebergte van Efraim, wiens naam is Seba, de zoon van Bichri, heeft zijn hand opgeheven tegen den koning, tegen David, lever hem alleen, zo zal ik van deze stad aftrekken. Toen zeide de vrouw tot Joab, Zie, zijn hoofd zal tot u over den muur geworpen worden.
22. En de vrouw kwam in tot al het volk, met haar wijsheid en zij sneden Seba, den zoon van Bichri, het hoofd af, en wierpen het tot Joab. Toen blies hij met debazuin, en zij verstrooiden zich van de stad, een iegelijk naar zijn tenten; en Joab keerde weder naar Jeruzalem tot den koning.
Richteren 6:25. En zij vingen twee vorsten der Midianieten, Oreb en Zeeb, en onthoofdden Oreb op den rotssteen Oreb, en Zeeb onthoofdden zij in de perskuip van Zeeb, en vervolgden de Midianieten; en zij brachten de hoofden van Oreb en Zeeb tot Gideon, over de Jordaan.
Jozua 4:21. Daarna nam Jael, de huisvrouw van Heber, een nagel der tent, en greep een hamer in haar hand, en ging stilletjes tot hem in, en dreef den nagel in den slaap zijnshoofds, dat hij in de aarde vast werd; hij nu was met een diepen slaap bevangen en vermoeid, en stierf.
22. En ziet, Barak vervolgde Sisera; en Jael ging uit hem tegemoet, en zeide tot hem: Kom, en ik zal u den man wijzen, dien gij zoekt. Zo kwam hij tot haar in, enziet, Sisera lag dood, en de nagel was in den slaap zijns hoofds.
23. Alzo heeft God te dien dage Jabin, den koning van Kanaan, ten ondergebracht, voor het aangezicht der kinderen Israels.

Wasalam,

Terug naar boven
 Post Reply Post Reply

Spring naar forum Forum rechten Bekijk dropdown



Deze pagina is gemaakt in 0.156 seconden.